Home Juridische artikelen GESTOLEN GOED GEDIJT NIET?

GESTOLEN GOED GEDIJT NIET?

GESTOLEN GOED GEDIJT NIET?

De rechtpositie van juweliers en goudsmeden bij inkoop van gestolen sieraden en oud goud

 

Het inkopen van oud goud en gebruikte sieraden kan een lucratieve bezigheid zijn. Helemaal zonder risico’s is dit echter niet. Te koop aangeboden gebruikte zaken kunnen immers van diefstal afkomstig zijn. De politie kan dergelijke zaken in beslag nemen (de zogenoemde ‘strafvorderlijke inbeslagneming’) en de bestolene kan zijn eigendom terugvorderen van de juwelier of goudsmid.  Maar wat bijvoorbeeld als de juwelier of goudsmid kosten heeft gemaakt met betrekking tot het teruggevorderde goed? Dit artikel brengt de rechtspositie van de juwelier of goudsmid in geval van aangekocht gestolen goed in kaart.  Voor een goed beeld is het noodzakelijk eerst een korte uitleg te geven over het wettelijke systeem over deze materie.

 

Beschikkingsonbevoegdheid

Het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) bepaald dat iemand die zijn goed verliest door diefstal dit goed kan terugvorderen. De bestolene verliest zijn eigendomsrecht op dat goed dus niet. De dief is niet bevoegd om over het goed te beschikken en kan het goed daarom niet rechtsgeldig overdragen aan een ander. Voor een geldige overdracht is namelijk vereist een geldige titel (bijvoorbeeld een koopovereenkomst), een levering (bijvoorbeeld het verschaffen van het bezit van de zaak) en beschikkingsbevoegdheid (artikel 3:84 BW).

 

Uitzondering: bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid

Artikel 3:86 BW bevat een belangrijke uitzondering op de hoofdregel, dat niet rechtsgeldig overgedragen kan worden bij het ontbreken van beschikkingsbevoegdheid bij de aanbieder/verkoper. Ondanks de onbevoegdheid van de vervreemder (de aanbieder / verkoper) is een overdracht van een roerende zaak toch geldig, indien de overdracht anders dan om niet (dus tegen betaling) plaatsvond en de verkrijger (de juwelier/goudsmid) te goeder trouw is. Te goeder trouw wil is de juwelier/goudsmid die niet aan de bevoegdheid van de aanbieder/verkoper twijfelde en daaraan ook niet hoefde te twijfelen.

 

Uitzondering op de uitzondering: terugvorderen gestolen goed door eigenaar

Lid 3 van artikel 3:86 BW bepaalt dat de eigenaar die zijn bezit door diefstal heeft verloren zijn eigendom gedurende drie jaar na de diefstal als zijn eigendom kan terugvorderen. De wetgever heeft met deze bepaling misdaadbestrijding op het oog gehad. Enkel verlies door diefstal geeft de oorspronkelijk rechthebbende deze terugvorderingsactie (‘revindicatie’). De revindicatie heeft de bestolene/eigenaar echter niet als de zaak door een consument  van een winkelier werd verkregen. Een marktkoopman of veilinghouder geldt daarbij niet als winkelier. Een juwelier/goudsmid, die soortgelijke zaken normaal in zijn bedrijf(sruimte) verhandelt, geldt uiteraard wel als winkelier. Kortom: verkoopt de juwelier/goudsmid de zaak door aan een consument, die te goeder trouw is (en dat zal meestal zo zijn), dan wordt de consument rechthebbende en kan de consument een revindicatie door de oorspronkelijke rechthebbende afweren met een beroep op de derdenbescherming van artikel 3:86 lid 1 juncto artikel 3:86 lid 3 sub a BW. Of daarmee de juwelier/goudsmid gekweten is, blijkt uit het hiernavolgende.

 

Regelgeving ter bestrijding van heling

Op grond van het Wetboek van Strafrecht is een handelaar strafbaar die, kort gezegd, gebruikte goederen verwerft zonder daarbij de geldende regels ter bestrijding van heling in acht te nemen. Deze regelgeving is onder meer neergelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening (‘APV’) van gemeente waar de juwelier/goudsmid gevestigd is. De APV kan verplichtingen bevatten over het aanhouden van een verkoopregister, een meldingsplicht ten aanzien van bepaalde feiten en een verbod van doorverkoop gedurende een bepaalde periode (meestal de eerste drie dagen na aankoop). Het niet naleven van deze regelgeving kan leiden tot het oordeel dat de goudsmid/juwelier niet te goeder trouw is geweest. Naast strafbaarheid op grond van het Wetboek van Strafrecht, kan dit bij een doorlevering aan een consument die wel te goeder trouw is, leiden tot civielrechtelijke aansprakelijkheid van de juwelier/goudsmid op grond van onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking jegens de oorspronkelijke rechthebbende.

 

Retentierecht juwelier/goudsmid

Zoals uit het voorgaande blijkt, kan de rechthebbende op een gestolen goed dit terugvorderen van de goudsmid/juwelier gedurende drie jaar na de diefstal. Na verloop van deze termijn is de juwelier/goudsmid met terugwerkende kracht eigenaar geworden en kan het goed dus niet meer gerecidiveerd worden. De juwelier/goudsmid die binnen de termijn wordt aangesproken tot teruggave kan echter kosten hebben gemaakt ter zake van het gestolen goed. Op grond van artikel 3:120 BW heeft hij recht op vergoeding van deze (redelijke) kosten en kan hij zelfs de afgifte van het goed jegens de rechthebbende opschorten (het zogenoemde ‘retentierecht’) totdat hij hiervoor een vergoeding heeft ontvangen.  

 

Strafvorderlijke inbeslagneming

Het goed kan in beslag genomen door het bevoegde gezag (de politie zal het goed in beslag nemen op last van de officier van justitie c.q. de rechtbank), bijvoorbeeld omdat dit als gestolen te boek staat. Belangrijk om te weten is, dat het strafvorderlijk beslag ‘neutraal‘ is. Dat wil zeggen dat als het beslag niet meer nodig is, een in beslag genomen voorwerp dient te worden teruggegeven aan degene onder wie dat voorwerp in beslag is genomen. De juwelier/goudsmid krijgt op basis van deze hoofdregel het goed dus terug. Indien zich echter een oorspronkelijk rechthebbende heeft gemeld kan de rechter beslissen dat het goed op grond van een wettelijke uitzonderingsregel aan deze wordt ‘teruggegeven’. Indien de juwelier/goudsmid bij de inbeslagneming uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt een beroep te doen op zijn retentierecht, dan dient het bevoegd gezag daar echter rekening mee te houden. Het goed dient dan dus teruggegeven te worden aan de juwelier/goudsmid, die op zijn beurt het goed aan de rechthebbende terug zal moeten geven op het moment dat de kostenvergoeding voldaan is. Het strafvorderlijk doorkruist het retentierecht dus niet.

 

‘Wegwijsplicht’

De wet biedt nog een beperking op het beroep dat de juwelier/goudsmid kan doen op zijn goede-trouw-bescherming. Wordt de juwelier binnen drie jaar na zijn verkrijging gevraagd wie het goed aan hem verkocht, dan moet hij de gegevens die nodig zijn om deze persoon terug te vinden (of die hij op grond van de regelgeving ter bestrijding van heling diende te registeren) onverwijld verschaffen. Doet de juwelier/goudsmid dat niet, dan geldt hij niet als te goeder trouw en kan hij geen beroep doen op vergoeding van redelijk gemaakte kosten met betrekking tot het goed.

 

Praktisch              

De juwelier/goudsmid doet er, mede gelet op het voorgaande, goed aan om de regelgeving ter bestrijding van heling goed na te leven, zodat hij in het voorkomende geval een beroep kan doen op zijn goede trouw. Op die manier stelt hij een eventuele redelijke kostenvergoeding veilig. Ook voorkomt hij dat de oorspronkelijk rechthebbende hem aanpreekt op grond van onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking (de juwelier/goudsmid heeft immers een koopsom ontvangen), indien een consument rechtsgeldig eigenaar is geworden van het goed.

 

Ingeval van strafvorderlijke inbeslagname is het verstandig dat de juwelier/goudsmid een uitdrukkelijk beroep doet op zijn retentierecht ten aanzien van het goed, indien hij redelijke kosten heeft gemaakt en deze vergoed wenst te zien, zodra het beslag vervalt. Het goed dient dan aan hem teruggegeven te worden.

 

Wordt het goed terecht teruggevorderd van de juwelier/goudsmid, dan resteert hem slechts een vordering op grond van onrechtmatige daad jegens de dief.

 

Tot slot

Deze bijdrage beoogt een overzicht op hoofdlijnen te geven van de rechtspositie van de juwelier/goudsmid in geval van de aankoop en doorverkoop van gestolen goed. Iedere concrete situatie is echter weer anders en kan aanleiding zijn voor specifieke vragen. Vragen daarover of over de inhoud van dit artikel kunt u stellen aan de Federatie Goud en Zilver of rechtstreeks aan MKB HuisJuristen

 

MKB Huisjuristen

Jurist Almere

Radioweg 2
1324 KW Almere

Postbus 60194
1320 AE Almere

info@mkbhuisjuristen.nl
Tel. 036 5387210

Vestigingen

MKB HuisJuristen